Schimmels in hout:
oorzaken en oplossingen.
Hout kan vele eeuwen trotseren. Maar niet als het langdurig vochtig of nat is: dan kunnen schimmels veel houtsoorten afbreken en zo daarin houtrot veroorzaken. De belangrijkste maatregelen daartegen zijn het wegnemen van vocht en het vervangen van aangetast hout. Aanvullend moeten we het resterende hout gericht behandelen met een bestrijdingsmiddel. Fungicide.
HOUTAANTASTING DOOR SCHIMMELS
Schimmels vormen naast planten en dieren een apart rijk. Schimmels in hout zijn schadelijk als ze ervan leven. Want dan gaat het om schimmels die de opbouwstoffen van hout – cellulose en lignine – afbreken en opnemen. Het hout verliest zo zijn gewicht en sterkte. Dit noemen we houtrot. In hout met deze schadelijk schimmels dringt een priem met gemak in. Ook klinkt het dof als we er met een hamer op kloppen. Dat is niet zo als het gaat om niet-schadelijke schimmels, die geen houtrot veroorzaken (bijvoorbeeld oppervlakte-schimmels).
Hoe ziet aangetast hout eruit?
Houtrot in het inwendige van gebouwen komt voor in twee typen: Bruinrot Wanneer schimmels de cellulose in hout afbreken, ontstaat bruinrot. Hout met bruinrot is donkerder van kleur. Ook zitten er scheuren in, vaak in een enigszins kubusvormig patroon. Ernstig aangetast hout dat droog is, laat zich makkelijk met de vingers tot poeder wrijven. Veel hout met bruinrot blijft aan het oppervlak min of meer onaangetast. Witrot Wanneer schimmels naast de cellulose ook de lignine afbreken, ontstaat witrot. Hout is dan veelal lichter van kleur en ziet er vezelachtig uit. Bij aanraking valt het hout vaak in vezels uiteen, maar het laat zich niet tot poeder fijnwrijven.
Wanneer tasten schimmels hout aan?
Schimmels breken hout af met een soort verteringssappen: enzymen. Deze werken alleen in een waterige omgeving: zonder water ligt de werking van enzymen stil en is schimmelaan- tasting niet mogelijk. Hout bevat voor schimmels voldoende water vanaf een vochtgehalte van ongeveer 22%. Schimmels groeien dan nog traag. Pas onder hogere houtvochtgehalten (26% of hoger) verspreiden schimmels zich sneller. In vochtig hout treedt niet onmiddellijk schimmelaantasting op: schimmels kunnen hout alleen aantasten, wanneer het langdurig vochtig blijft. Daar komt nog bij dat sommige houtsoorten van nature weerstand bieden tegen schimmels. Daardoor treedt aantasting niet op, of pas na jarenlange vochtbelasting.
Het gaat om houtsoorten met een hoge natuurlijke duurzaamheid: duurzaamheidsklassen I en II. Europees eiken (duurzaamheidsklasse II) is daar een voorbeeld van. Het kan jarenlang vochtig of nat blijven zonder dat schimmels er vat op krijgen.
WELKE SCHIMMELS TASTEN HOUT AAN ?
Verscheidene schimmelsoorten kunnen hout aantasten. We kunnen ze onderscheiden door te letten op: schimmelweefsel (het ‘lichaam’ van schimmels), vruchtlichamen (voortplantings- organen) en soms ook strengen (koordachtige structuren) en sporen (microscopisch kleinevoortplantingscellen).
Helaas lijken veel schimmelsoorten op elkaar. Een betrouwbare bepaling van de soort vereist dan ook kennis en ervaring. Verder is vergissing mogelijk met andere verschijnselen. Op muren gaat het om uitbloeiende minerale zouten. En bij hout in kappen, klokkenstoelen en onder loodbekledingen is vergissing mogelijk met een geheel andere aantasting: vervilting.
OORZAKEN VAN SCHIMMELAANTASTING
Schimmels hebben vocht nodig. Om tot een schimmelaantasting te komen, is in hout een vochtgehalte nodig van ongeveer 22% of hoger. Dit geldt ook voor de huiszwam. Want ook al kan de huiszwam zelf het houtvochtgehalte min of meer ‘regelen’, meestal is dat niet zo (zie onderstaand kader). Er zijn verschillende oorzaken voor een te hoog vochtgehalte in hout.
Schimmels die de celwand van het hout wel aantasten en dus schadelijk zijn. Deze schimmels veroorzaken de eigenlijke houtrot. Men onderscheidt drie typen: bruinrot, witrot en zachtrot.
BRUINROT
Een belangrijke groep van houtaantastende schimmels is bruinrot. In het begin van de aantasting wordt alleen het lignine afgebroken en vertoont het hout een lichtbruine tot geelachtige verkleuring. Bij voortschrijding van de aantasting wordt het hout geleidelijk aan zachter. In een vergevorderd stadium, wanneer ook de cellulose wordt afgebroken, vertoont het oppervlak krimpscheuren, zowel evenwijdig aan als loodrecht op de vezels. Op het houtoppervlak vormen zich donkerbruine tot zwarte strengen gebundelde schimmeldraden, die vaak waaiervormig zijn vertakt.
Onder deze groep houtaantastende schimmels vallen: de huiszwam, de kelderzwam en de plaatjeshoutzwam.
HUISZWAM
De huiszwam, of eigenlijk 'echte huiszwam' (Serpula lacrimans), is een van de gevaarlijkste houtaantastende schimmels die in gebouwen kunnen voorkomen. In veruit de meeste gevallen begint de aantasting dicht bij de grond in vloerdelen en -balken van slecht geventileerde ruimten. De huiszwam kan zowel naald- als loofhout snel en volledig vernietigen. Behalve massief hout kunnen ook spaanplaat, vezelplaat, triplex, papier en textiel worden aangetast.
De huiszwam vormt een wit, wat-achtig mycelium (schimmeldraden), dat plaatselijk citroengeel wordt en later door veroudering grijs, olijfgroen of violet verkleurt. Uit dit mycelium vormen zich grijze tot grijsbruine, potlooddikke schimmelstrengen, die zorgen voor het transport van vocht. Deze strengen worden bros wanneer ze droog zijn. Het taaie vruchtlichaam ligt in de vorm van een pannenkoek veelal plat op de ondergrond en heeft een witte, opgezwollen rand. In het midden vertonen zich gedraaide, netvormige plooien en groeven met een bleekgele tot roestbruine kleur. Het vruchtlichaam kan gemakkelijk worden losgemaakt. De sporen kunnen een kaneelbruine tot roestbruine stof vormen. Het hout zelf toont bij sterke aantasting het typische beeld van bruinrot: het is bruingekleurd en brokkelig.
KELDERZWAM
De kelderzwam (Coniophora puteana) is een veel voorkomende schimmel, die zowel rondhout als gezaagd hout aantast. De schimmel zit dikwijls in hout dat door lekkage of inwateren nat is geworden, met name in de delen en balken van begane-grondvloeren. Dit gebeurt vooral als het vloerhout te nat is verwerkt of als het vocht kan opnemen uit de grond of de muren (onvoldoende ventilatie). De kelderzwam tast zowel naald- als loofhout aan. Houtsoorten, behorend tot duurzaamheidsklasse 1, worden niet aangetast en houtsoorten van duurzaamheidsklasse 2 slechts zelden.
De kelderzwam veroorzaakt waarbij zich op het houtoppervlak donkerbruine tot zwarte strengen gebundelde schimmeldraden vormen, die vaak waaiervormig zijn vertakt. De strengen worden niet zo dik als die van de huiszwam; de diameter ervan bedraagt doorgaans niet meer dan 1 à 2 mm.
Het vruchtlichaam van de kelderzwam bestaat uit een vlezige, aan het hout gehechte plaat van circa 3 mm dik. Aan de van het hout afgekeerde zijde bevindt zich het kiemvlies, waarop zich de sporen vormen. Dit kiemvlies vertoont veelal knobbels. Het vruchtlichaam is aanvankelijk okerkleurig, later donker olijfachtig bruin; de rand blijft geelachtig wit. De vruchtlichamen kunnen in diameter variëren van enkele centimeters tot meer dan 500 mm.
De kelderzwam tast de celwanden van het hout volledig aan, waarbij voornamelijk de cellulose wordt afgebroken; de lignine blijft vrijwel onaangetast. Hierdoor gaat de sterkte van het hout snel achteruit. De zwam ontwikkelt zich alleen dan in hout, wanneer dit te vochtig is. Een houtvochtgehalte van 50-60% is optimaal voor de schimmel, maar ook droger hout kan worden aangetast. Hout echter dat zeer veel water bevat, zoals het spint van pas gevelde bomen of hout dat onder water is toegepast, blijft gevrijwaard voor aantasting, omdat de zwam dan onvoldoende zuurstof ter beschikking heeft. De optimale temperatuur voor de kelderzwam is ongeveer 21 ° C, vanaf 35 ° C treedt nog geringe groei op. Beneden 0 ° C stopt de groei, maar de zwam is bestand tegen temperaturen beneden -30 ° C. De kelderzwam kan tezamen met andere houtaantastende schimmels of met blauwschimmels optreden. Aan het einde van de groeiperiode kan zij vruchtlichamen vormen, waarop de sporen ontstaan die voor de verspreiding zorgen. Deze vruchtlichamen worden zelden in gebouwen aangetroffen.
PLAATJESHOUTZWAM
De plaatjeshoutzwam (Gloeophyllum spec. div.) tast zowel rondhout als gezaagd hout aan, niet alleen van naaldhout, maar ook van loofhout. Zij komt voor zowel in de buitenlucht als in gebouwen, bijvoorbeeld in kozijnen, deuren en tuinhout. Het kernhout van de soorten, behorend tot duurzaamheidsklasse 1, wordt niet aangetast, dat van soorten van duurzaamheidsklasse 2 zelden.
De plaatjeshoutzwam veroorzaakt bruinrot. De aantasting is binnenin het hout meestal ernstiger dan aan het oppervlak. Ook komt lokaal zeer ernstige aantasting voor, de zogenaamde 'pocket rot'.
De schimmeldraden bevinden zich in het hout en hebben plaatselijk kleine uitgroeiingen, gespen genoemd. Typisch zijn de zogenaamde medaillons: een vergroeiing van twee gespen. De schimmeldraden zijn in het hout alleen met de microscoop waarneembaar, ze zitten in de regel niet op het hout. Wel kunnen ze voorkomen in spleten en nissen; ze zijn dan oranjeachtig geel van kleur en als massa met het blote oog te zien.
Het vruchtlichaam van de plaatjeshoutzwam kan, afhankelijk van de groeiomstandigheden, verschillende vormen hebben. Het kan volledig aan het hout zijn gehecht en draagt dan aan de onderkant het kiemvlies met onregelmatige poriën, waarop zich de sporen vormen. In andere gevallen worden paddestoeltjes zonder steel gevormd. Aan de onderkant hiervan bevindt zich het kiemvlies, dat soms plaatjes (lamellen) of onregelmatige poriën vormt. De kleur van het vruchtlichaam, ook de onderkant, is licht- tot donkerbruin. Bij uitdroging wordt het vruchtlichaam kurkachtig. De vruchtlichamen ontwikkelen zich vaak vanuit spleten in het aangetaste hout.
De plaatjeshoutzwam heeft een voorkeur voor hoge temperaturen. Zij groeit optimaal bij een temperatuur van 30 à 35 ° C. Hoewel de zwam alleen in vochtig hout groeit, heeft zij een grote weerstand tegen droogte, waardoor zij jarenlang in droog hout kan blijven leven. Wanneer het hout weer vocht opneemt, ontwikkelt de zwam zich opnieuw.
